Het waterschap kijkt bij de dijkversterking zorgvuldig naar de effecten op de omgeving. Dit gebeurt via een milieueffectrapport (MER). Wat is dat precies en waarom is het belangrijk?
Omgevingsadviseur Raoul vertelt. “De versterking van een primaire waterkering is onder de Omgevingswet MER-beoordelingsplichtig. Dat betekent dat Provincie Zeeland beoordeelt of de milieugevolgen aan de voorkant niet kunnen worden uitgesloten, waardoor een milieueffectrapportnodig is. De dijkversterking Zak van Zuid-Beveland grenst zowel aan de landzijde als aan de waterzijde direct aan Natura 2000-gebieden. Op sommige plekken, zoals bij Ellewoutsdijk, ligt het projectgebied zelfs tussen twee Natura 2000-gebieden in. Het opstellen van een MER-beoordeling is in overleg met de provincie overgeslagen in dit project, omdat we gezien de ligging van het projectgebied al tot de conclusie kwamen dat de milieugevolgen niet kunnen worden uitgesloten. Daarom zijn we overgegaan tot het opstellen van het MER.”
Wat onderzoekt het MER?
“In het MER onderzoeken wij de milieueffecten op thema’s zoals omgeving, duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. Denk aan effecten op natuur en ecologie, bodem, hinder tijdens bouwwerkzaamheden, verkeer, landschappelijke inpassing, archeologie en de leefomgeving. Mede op basis van het MER selecteren we een voorkeursalternatief (VKA). Andere beoordelingscriteria zijn bijvoorbeeld waterveiligheid, beheer en onderhoud en vergunbaarheid.”
Hoe verloopt de MER-procedure?
“De MER-procedure verloopt in twee fasen. In MER-fase 1 onderzoeken we de milieueffecten van meerdere kansrijke oplossingsrichtingen, zoals beschreven in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Vervolgens vergelijken we de milieueffecten van de kansrijke oplossingsrichtingen met elkaar. Mede op basis hiervan wordt de best mogelijke oplossing geselecteerd om de dijk te versterken. Dat noemen we een voorkeursalternatief (VKA). In MER-fase 2 gaan we het voorkeursalternatief tot in detail uitwerken, dat noemen we een definitief ontwerp. Dan weten we bijvoorbeeld op de vierkante meter nauwkeurig waar de dijk wordt versterkt en wat dat betekent voor de omgeving. We zitten nu in MER-fase 1. Rond kwartaal drie van 2026 stelt ons dagelijks bestuur het VKA vast en ronden we de eerste fase van het MER af.”
Welke onderzoeken worden er gedaan?
“Een deel van de onderzoeken gebeurt op basis van het inventariseren en analyseren van bestaande gegevens, dat noemen we bureaustudies. We hebben op die manier bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van archeologische waarden in het gebied. Maar we gingen ook het veld in. Zo gingen ecologen op pad om de aanwezigheid van beschermde diersoorten, zoals rugstreeppadden, broedvogels of vleermuizen in kaart te brengen. En voor bodemonderzoek keken we naar historische vervuiling, bijvoorbeeld oude stortplaatsen. Pas als we weten waar we precies gaan werken, doen we een verkennend onderzoek, waaronder ook boringen.”
Waarom is de MER belangrijk?
“Elke schop in de grond of verandering in de omgeving heeft mogelijk gevolgen voor het milieu. Met het MER zorgen we ervoor dat we die gevolgen goed meenemen in de belangenafweging. Op welke manier houden we rekening met bijvoorbeeld de natuur, de inpassing van de dijk in de omgeving, de leefomgeving tijdens de bouwwerkzaamheden of archeologische waarden? Het MER helpt ons om een goed afgewogen keuze te maken.”
Voorafgaand aan de vaststelling van de keuze VKA gaan we gedurende zes weken de belanghebbenden vragen om hun mening te geven over het concept voorkeursalternatief samen met MER-fase 1. Dat noemen we consulteren. De consultatieronde is geen wettelijk verplichte stap, maar gebruiken we om tot een breed gedragen VKA te komen. Heeft u vragen? Neem dan vooral contact met ons op.